Net zoals bij de rechterhand moet de pols in een natuurlijke rechte lijn én in het verlengde liggen ten opzichte van de arm. Dus niet je pols naar buiten toe buigen.
Nog een veelvoorkomende fout bij het spelen van gitaar met de linkerhand is het ‘plakken’ aan de hals. Zorg dat de binnenkant van je hand en vingers de hals nooit raken. Het grijpen en bewegen met de vingers wordt dan zeer moeilijk.
Let er ook op dat je schouders niet gaan spannen en dat je bovenarm gewoon ontspannen ‘zweeft’ naast het lichaam.
De duim van je linkerhand hou je het best onder je middelvinger (tweede vinger). Hierdoor vang je de druk van je vingers het beste op en verdeel je het doorheen je hand. Hou de duim dus achter de hals en leg hem loodrecht ten opzichte van de gitaarhals. Het is dus fout als je duim in dezelfde richting wijst als je snaren en gitaarhals.
De duim zelf leunt lichtjes op zijn lichterzijde, zodat de hand en vingers mooi verspreid boven de toetsen komen te staan.
