Plaats om te beginnen je wijsvinger (i) op de derde snaar, je middelvinger (m) op de tweede snaar en je ringvinger (a) op de eerste snaar. Hierdoor heeft onze hand in het begin voldoende steun om de duimtechniek goed aan te leren.
Zet de duim (p) op de zesde snaar en sla hem aan met de top van je duim. We gaan de duim bij deze techniek niet laten vallen op de onderliggende snaar, maar we laten hem uitzwaaien en dan zweven boven de snaren.
Let erop dat je duim je andere vingers niet raakt terwijl je hem uitzwaait. Eigenlijk maak je een kwart van een cirkelbeweging vanaf het raakpunt met de snaar.
