De onderstaande tekst is door Ronald Stassen auteursrechterlijk beschermd, maar mag mits toestemming gratis gebruikt worden voor educatieve, niet-commerciële doeleinden. Voor meer achtergrondinformatie, bekijk dan zeker de bronvermelding.

 

Deel 2 - De rechtstreekse voorlopers van de gitaar

 

2.1 TIJDENS DE RENAISSANCE ONTSTOND DE SPAANSE GITAAR

 

Tot hoeverre de eerste gitaarachtige instrumenten voorlopers zijn van de moderne gitaar, kan niemand precies zeggen. We zijn tot nu toe afgegaan op verschillende theorieën gebaseerd op interpretaties van verschillende onderzoekers en wetenschappers.

Wat we echter met zekerheid weten is dat gedurende de 15de Eeuw een gitaarachtig instrument ontwikkeld was in Spanje. Dit instrument heette ‘Vihuela’ en werd ook ‘Viola de mano’ (foto) genoemd. Het werd vooral bespeeld door de rijkere klasse. De eerste die werkjes publiceerde van Spaanse tablaturen voor ‘Vihuela’, waren ‘Luis de Milan’(foto), Luis de Narvaez in 1538 en Alonso de Mudarra in 1546.

Er was ook een gelijkaardig instrument dat door de gewone mensen werd bespeeld. Dit heette ‘Guiterra’ of ‘Ghiterne’(foto). Rond 1550 ontstond er een mengeling van deze twee instrumenten. Dit was ‘de viersnarige gitaar’(foto). Het had eigenlijk vier dubbelkorige snaren. Dit betekent dat het instrument 8 snaren had, waarbij er telkens 2 gelijk gestemd waren en dus als één snaar bespeeld werden.

Door een extra snaar toe te voegen ontstond ‘de vijfsnarige gitaar’(foto). Dit instrument kreeg de naam ‘Spaanse gitaar’. De Spanjaarden hadden zich namelijk niet laten verleiden door de luit. Omdat de luit geassocieerd werd met de Moorse invasie, werd de gitaar natuurlijk hun favoriete instrument. Vandaar ook ‘Spaanse’ gitaar.

Gelijktijdig met de ‘Spaanse gitaar’ bestond in Italië ook de ‘Chitarra Battente’ (foto), dat letterlijk slaggitaar betekent. In Frankrijk was er ook een variant op de gitaar: de ‘Rizzio gitaar’.

 

2.2 DE BAROK WAS DE GOUDEN TIJD

 

De populariteit van de gitaar kende zijn ‘hoogtepunt’ in de Barok. De rechtstreekse concurrent van de gitaar was de luit. Maar aangezien de luit een te moeilijk te bespelen instrument was, nam de ‘Spaanse gitaar’ als snel toe in bekendheid.

Vooral in Aristocratische kringen kende de gitaar veel volgelingen. Niet zo veel in Spanje, maar het meest in de rest van West-Europa. Spanje bleef echter nog veel muziek maken op de ‘Vihuela’.

Gitaristen zoals ‘Robert de Visée’ (foto) en ‘Francesco Corbetta’ waren vast verbonden aan het hof van ‘Lodewijk XIV’ (foto). Hun muziekbundels werden opgedragen aan de koning die zelf een fervent gitaarspeler was, evenals zijn dochters.

Belangrijke gitaarbouwers uit de 17de Eeuw zijn ‘Alexandre Voboam’ (foto) en zijn zoon Jean. Deze foto laat duidelijk zien dat de gitaren veel meer versierd werden, wat typisch is voor de Barok. Deze gitaren zijn gemaakt in 1641. Ook ‘Joachim Tielke’ uit Hamburg was een ware kunstenaar in de gitaarbouw. Waarschijnlijk de meest bekende gitaarbouwer was ‘Antonio Stradivarius’(foto). Jawel, dé Stradivarius bekend om zijn violen, die in deze tijd haast onbetaalbaar zijn geworden. Twee exemplaren van deze instrumentenbouwer zijn nog te bezichtigen.

Een naam die je zeker moet onthouden uit de Barokgeschiedenis van de gitaar is ‘Gaspar Sanz’(foto). Hij schreef verschillende boeken over techniek en alle aspecten van de gitaar. ‘Don Francisco Guerau’ (foto) wordt als belangrijkste componist uit de 17e Eeuw beschouwd. Deze muzikant en priester heeft door zijn werken en boeken een belangrijke rol gespeeld in het ontwikkelen van een geavanceerde speeltechniek.

 

2.3 DE 18DE EEUW ZORGDE VOOR EEN DOORBRAAK

 

Dé grote doorbraak in de ontwikkeling van de klassieke gitaar in de 18de Eeuw was ‘de toevoeging van de zesde snaar’(foto = de zes-snarige gitaar). (De snaren zelf zijn moeilijk zichtbaar door de onduidelijke afbeelding, maar aan de stemschroeven aan de kop van de gitaar is duidelijk te zien dat er een zesde dubbelkorige snaar werd toegevoegd’). Hierna werden als tweede belangrijke ontwikkeling ook nog eens de ‘snaren ontdubbeld’ (foto).

De twee landen waar toen het meest werd gitaar gespeeld, waren allereerst Italië en dan Duitsland. Spanje liet pas eind 18de Eeuw terug van zich horen toen Cadiz het centrum voor instrumentbouw werd.

België had toen enkele belangrijke gitaristen en componisten voortgebracht. Eén van hen was ‘François le Cocq’. Hij schreef vele werken voor de gitaar en maakte ook verzamelboeken met werken van bekende componisten uit de vorige eeuw.

Vele werken uit die tijd die voor de luit en andere instrumenten gecomponeerd waren, worden nu gespeeld op de gitaar. Zo worden de werken van Bach in deze tijd vaak als standaardwerk gevraagd op eindexamens van het Conservatorium.

 

2.4 19DE EEUW

 

Het uiterlijk van de gitaar veranderde in de 19de Eeuw ondertussen nog meer. De snaarspanning werd verbeterd en de gitaar kreeg een snorvormige kam. Dit zorgt ervoor dat de gitaar ook wel de ‘Romantische gitaar’ genoemd wordt (foto: hier zie je drie Romantische gitaren). Het was de gitaarbouwer ‘Antonio de Torres’ (foto) die de gitaar verder aanpaste tot de vorm zoals we die vandaag kennen (foto: een gitaar gemaakt volgens het model van Torres). Hij maakte de laatste aanpassingen, zoals het vergroten van de klankkast en het plaatsen van zangbalkjes binnen de gitaar om de klank te vergroten.

Alle bekende namen zoals Giuliani, Sor, Carcassi, Carulli, Molitor, Paganini, Coste, Diabelli, Aguado, Arcas en vele anderen vonden in Wenen en Parijs hun muzikale thuishaven. Al deze componisten en gitaristen zorgden voor een enorme bekendheid en verspreiding van de gitaar.

‘Francisco Tarrega’ zorgde ervoor dat we de gitaar bespelen zoals we die nu nog steeds doen (foto: hier zie je Tarrega gitaar spelen). Hij schreef een reeks pedagogische boeken, waarin hij de technieken zoals het spelen met steun neerschreef. Ook schreef hij zelf vele werken en bewerkte bestaande partituren voor de gitaar.

Ondertussen werd de gitaar ook een populair instrument op het Amerikaanse continent. De industriële revolutie op het einde van de 19de eeuw zorgde ervoor dat gitaren machinaal werden gemaakt.

 

2.5 20STE EEUW

 

De gitaar kent in de 20ste eeuw een verdere groei aan bekendheid. Dit vooral door de mogelijkheid om de hele wereld te kunnen bereiken via nieuwe mediatechnieken zoals radio en televisie. Ook is de gitaar als solo instrument meer dan ooit populair in grote concertzalen.

Een belangrijke naam uit het begin van de 20ste eeuw is ‘Andrès Segovia’ (foto). Hij en zijn leerlingen, waaronder Alirio Diaz, Narciso Yepez maakten heel veel cd opnames. Ook zorgde hij voor het heruitbrengen van oudere werken. Andere gitaristen bekend bij het grote publiek uit deze eeuw zijn Julian Bream, John Williams en Elliot Fisk.

De laatste belangrijke aanpassing aan de gitaar gebeurde na de Tweede Wereldoorlog. De darmsnaren die men vroeger gebruikte, werden vervangen door ‘nylonsnaren’. Deze nylonsnaren zijn duurzamer, minder snel ontstemd en heeft een veel betere klank dan de oudere darmsnaren.

De laatste decennia wordt de klassieke gitaar echter meer ‘verfijnd’ gespeeld. Er worden zelfs concerten gegeven en opnames gemaakt zonder bijklanken en zonder een overvloed aan vibrato wat typisch was voor spelers in het begin van de 20ste eeuw. De tijd dat één gitarist meer dan 20 cd’s opnam is voorbij. Nu wordt er meer gedetailleerd gespeeld en trouw gebleven aan het originele werk.

Vele ‘internationale wedstrijden’ zorgen voor een zeer hoog niveau. Zo is er de ‘Guitar foundation of America' (website) en in België is er ‘Printemps de la guitara’. Deze wedstrijden hebben vele hedendaagse topgitaristen voortgebracht: Marcin Dylla, Goran Krivokapić, Dimitri Illarionov, Denis Azabagic, Johan Fostier, Antigoni Goni, Carlo Marchione, Zoran Dukic, …

Als gevolg van hedendaagse composities, kent de gitaar ook ‘vernieuwde speeltechnieken’. Dit zorgt voor een uitbreiding van de mogelijkheden op het instrument.